Beknopte geschiedenis van KAA Gent

KAA Gent bestaat al meer dan 100 jaar en met het stamnummer 7 stonden de Buffalo's mee aan de wieg van het Belgisch voetbal. Op deze pagina kunt u een beknopt geschiedenisoverzicht lezen van de Buffalo's door de jaren heen.

 

De beginjaren

De vereniging "Association Athlétique La Gantoise" werd gesticht in 1864. Begonnen als een turnclub, werd de vereniging kort daarop uitgebreid met andere sporttakken: atletiek, boksen (jawel!), zwemmen, wielrennen, waterpolo, cricket, schermen, hockey, tennis en 'jeu de Paumes' (Baskisch kaatsen). Voetbal kwam daar pas bij in de zomer van 1900, toen enkele leerlingen van het College van Melle zich aandienden met de vraag om ook voetbal in de multisportvereniging op te nemen. Ondertussen was de club in 1895 toegetreden tot de "Union Belge des Sociétés des Sports Athlétiques", de voorloper van de Koninklijke Belgische Voetbalbond. Zonder over een voetbalafdeling te beschikken kreeg de club toch het stamnummer 7, wat nog altijd een doorn in het oog is van onze buren uit de Emmanuel Hielstraat (het huidige Racing Gent Zeehaven). De allergrootste pionier van de Gantoise was ongetwijfeld dokter Hector Priem. Hij was de eerste voorzitter en was ook nog kapitein van de allereerste voetbalploeg. De eerste wedstrijden werden gespeeld op het Carpentierplein (het huidige kruispunt van de Charles de Kerckhovelaan en de Kortrijksesteenweg). Regelmatig moest de scheidsrechter de wedstrijd stilleggen omdat wandelaars het terrein overstaken of omdat een hond zich wou meester maken van de bal. Om over een betere infrastructuur te beschikken werd al vlug verhuisd naar de Mussenstraat en later (omdat de ingenieurs van de Wereldtentoonstelling 1913 hun tenten hadden opgeslagen op de terreinen van La Gantoise) nog naar de Albertlaan, dicht tegen de Leie aan.

In 1913 promoveerden de Buffalo's naar de hoogste afdeling. De roepnaam Buffalo vond zijn oorsprong in het circus. In het begin van de 20ste eeuw kwam het megacircus "Barnum and Bailey" regelmatig naar Gent afgezakt, met standplaats aan het Arsenaal. Captain William Cody (bijgenaamd Buffalo Bill) liet tijdens zijn shownummers af en toe de kreet "Buffalo! Buffalo!" horen. Studenten van de Gentse Universiteit namen die kreet op zondag mee naar het voetbal en sindsdien is ze nooit meer uit de lucht geweest.

De Buffalo's van 1945
De Buffalo's begin jaren '50

In 1920 kwam er de definitieve verhuizing naar Gentbrugge. Op 22 augustus 1920 werd het Jules Ottenstadion plechtig geopend door kroonprins Léopold. Jules Otten was een van de stuwers van het eerste uur achter het voetbalproject binnen La Gantoise. Sportief ging het de club die eerste jaren in Gentbrugge niet voor de wind. In 1929 volgde een eerste degradatie naar de tweede afdeling. Pas in 1936 kon opnieuw met het Belgische topvoetbal worden aangeknoopt. Spelers als Honoré Maertens, Marcel Dereuse en de piepjonge maar o zo talentrijke Freddy Chaves lagen aan de basis van die wederopstanding.


Maurice Berloo (r) in duel met Van Vaerenbergh (Anderlecht - La Gantoise)

De meest succesvolle jaren

Het was pas in het begin van de vijftiger jaren dat voetbalclub La Gantoise een begrip werd in België. De Franse trainers Jules Van Dooren, maar vooral Edmond Delfour, waren de architecten van dit succes. Ook voorzitter Achiel Delongie leidde de club op een schitterende manier. Na afloop van de competitie 1953-1954 strandden de Buffalo's op amper één schamel puntje van kampioen Anderlecht. Aan dat competitieslot kleeft nog altijd een verdacht geurtje. Een groot deel van de supporters schoof de schuld in de schoenen van Freddy Chaves.Jef Mermans en Freddy Chaves (r) Volkomen onterecht! In die tijd trad de Gantoise regelmatig in het veld tegen de bekendste ploegen van de wereld: Penarol Montevideo, Stade de Reims, Real Madrid, Roth Weiss Essen, F.C. Santos (met Pélé) ... Het was de periode van Armand Seghers, Firmin De Coster, Hilaire Schoonjans, Norbert Delmulle, Roland Storme, Norbert Van Huffel, Eric Lambert, Maurice Willems, André Van Herpe, Léon Mokuna en Richard Orlans. Met zijn 21 caps blijft Richard nog altijd de Buffalo die het meest werd opgeroepen voor de nationale ploeg. Maurice Willems blijft met zijn 35 doelpunten (1954-1955) nog steeds de beste topscorer bij de Buffalo's. Ook qua publieke opkomst brak de Gantoise in die periode alle records; meestal zat het Ottenstadion met 25.000 toeschouwers afgeladen vol.

De ploeg van 1955: De Coster - Schoonjans - R. Van De Wiele - Berloo - Seghers - Orlans - Perot - Willems - Vanherp - Rixion - Delmulle
KAA Gent in 1955: De Coster - Schoonjans - R. Van De Wiele - Berloo - Seghers - Orlans - Perot - Willems - Van Herpe - Rixhon - Delmulle

Na 1960 volgde een fikse sportieve terugval, al werd in 1964 de Beker van België veroverd. Dit gebeurde meer op karakter dan met talent. Op die manier werd de Gantoise de eerste Belgische ploeg die deelnam aan de Europabeker voor Bekerhouders. De competitie 1966-1967 werd een ware nachtmerrie. Voorzitter Hoste had de fakkel overgenomen van Achiel Delongie (zijn schoonvader) en gooide er met zijn pet naar. Met een stel onbekende Joegoslaven en een stel nog onbekendere Belgen uit lagere reeksen zorgde hij ervoor dat de Buffalo's in mei 1967 naar de tweede klasse tuimelden. Onder impuls van het duo Mastelinck-Naudts werd de promotie in één seizoen bewerkstelligd. Toch zou het sprookje niet lang duren. In het succesrijke seizoen 1969-1970 werd met spelers als Konter, Jurion, Dos Santos, Leonard en Sztani een derde plaats veroverd. Het jaar nadien was het echter opnieuw bingo: zes speeldagen voor het einde van de competitie zaten de Buffalo's in tweede klasse en dit keer voor lang!

KAA Gent anno 1969 Mahieu - Deviaene - Brkljacic - De Groote - Konter - Ghellynck - Jurion - Leonard - Dos Santos - Sztany - Zorgvliet - Tavernier - Delmulle
KAA Gent anno 1969: Mahieu - Deviaene - Brkljacic - De Groote - Konter - Ghellynck - Jurion - Leonard - Dos Santos - Sztani - Zorgvliet - Tavernier - Delmulle

De periode De Meester

Bij aanvang van het seizoen 1971-1972 werd A.R.A. La Gantoise - een beetje onder druk van burgemeester Van den Daele - omgedoopt tot het huidige K.A.A. Gent (Koninklijke Atletiekassociatie Gent). Lag het aan die naamsverandering of was het iets anders. in mei 1974 werd in elk geval het meest trieste dieptepunt uit onze clubgeschiedenis bereikt: een degradatie naar derde klasse! Omstreeks die tijd maakte politicus Willy De Clercq duidelijk aan het duo Mastelinck-Naudts dat het zo niet verder kon. In 1976 (de Buffalo's zaten ondertussen opnieuw in tweede) haalde hij de steenrijke betonbaron Albert De Meester naar het Ottenstadion. Bij zijn aanstelling als voorzitter kende de man uit Baasrode niet eens het verschil tussen rugby en voetbal. Toch zou het zijn grote passie worden. Een anekdote uit 1977: bij Barcelona speelde het duo Cruyff-Neeskens de pannen van het dak. Ook De Meester was daarvan onder de indruk gekomen. Prompt informeerde hij zich via een Amsterdams makelaarsbureau: "Wat moeten die twee kosten?" Toen onze preses het fabelachtige bedrag - dat niet ver onder het miljard BF lag - onder ogen kreeg, moest hij toch even slikken. Zelfs voor miljardairs zijn er grenzen.

Na vier seizoenen zwoegen kreeg De Meester in 1980 eindelijk de promotie naar eerste klasse voor mekaar. Het had veel bloed, zweet, tranen en ... centen gekost. Belangrijkste steunpilaren van de ploeg waren Laurijssen, Hanssens, Heyt, Van den Daele, Van Haecke en ... Aad Koudijzer. De Nederlander was de onbetwistbare patron van de ploeg. Onder het bewind van voorzitter De Meester stroomden de Buffalo-supporters opnieuw in groten getale het Ottenstadion binnen: 15.000 voor een gewone affiche, 23.000 voor een topper! Tussen 1982 en 1986 werd liefst vier keer Europees voetbal afgedwongen met als uitschieter het veroveren van de Beker van België in 1984. Spelers als Sören Busk, Michel De Wolf, Cees Schapendonk, Tony Rombouts , René Mücher en Hubert Cordiez droegen toen het Buffaloshirt.

Jean Van Milders

In 1986 overleed preses Albert De Meester na een slepende ziekte. Robert Naudts had toen al de fakkel overgenomen. Het werd de zwanenzang voor de sympathieke kolenhandelaar uit Gentbrugge. Geconfronteerd met de nasleep van de Bellemans-affaire kon hij het Buffaloschip niet meer vlot krijgen. In 1988 beleefde hij zijn vierde degradatie als bestuurslid. Ondertussen haakten vele supporters af. Zij gingen hun geluk elders (Brugge, Anderlecht en Lokeren) beproeven.

Net zoals in 1976 werd ijverig gezocht naar een nieuw opperhoofd. Na vele nachtelijke en omslachtige vergaderingen werd begin juli 1988 de heer Jean Van Milders aangesteld als de nieuwe voorzitter van K.A.A. Gent. Via de eindronde promoveerden de Buffalo's in één seizoen terug naar de hoogste klasse. Onze nieuwe voorzitter was zeer ambitieus, net als zijn trainer René Vandereycken. Iedereen herinnert zich nog het seizoen 1990-1991. In één klap werden toen Frank Dauwen, Eric Viscaal en Erwin Vandenbergh aangeworven. Tot diep in de tweede ronde voerden onze Buffalo's het klassement aan. Na een zekere Club Brugge-A.A. Gent (0-1) verklaarde Georges Leekens onomwonden: "De kampioen zal nu wel gekend zijn zeker?" Het liep echter anders af. A.A. Gent had de eerste Belgische club kunnen worden die deelnam aan de Champions League!

Het was voor de vele ontgoochelde supporters een troost dat er nog kon deelgenomen worden aan de Uefa Cup. Er werd een schitterend parcours afgelegd: Lausanne, Eintracht Frankfurt en Dynamo Moskou gingen voor de bijl. Alleen Ajax Amsterdam bleek in de kwartfinales een maatje te sterk. Maar toen was de kous af.

Begin 1993 kwam het tot een breuk met trainer Vandereycken. Zijn opvolgers Dorjee, Meeuws, Clijsters en zelfs Boskamp konden het gestrande Buffaloschip niet opnieuw vlot krijgen. De redding zou uit het Noorden komen in de persoon van de Noorse trainer Trond Sollied. Ongeveer op hetzelfde moment zette voorzitter Van Milders een stap terug ten gunste van bestuurslid Ivan De Witte. Twee rake zetten! Toen in de zomer van 1999 de Belgische pers de transferactiviteiten van A.A. Gent overschouwde, werden de wenkbrauwen zwaar gefronst. Wie kende er nu in godsnaam Szekeres, Carrez, Gajser, Christensen, Kharif, Sterbal? En Ole Martin Aarst, was die niet gebuisd bij Anderlecht? Een man die volledig achter zijn groep stond was trainer Sollied. Hij verklaarde kordaat: "Dit A.A. Gent speelt Europees!" De Noor hield woord. Alleen jammer dat zijn afscheid aan de Arteveldestad er een in mineur werd. Toch werd het: "Ce n'est qu'un au revoir!"

Ivan De Witte

Onder zijn voorzitterschap zou de club eindelijk zijn broodnodige stabiliteit herwinnen. Al liepen de eerste jaren niet meteen zoals hij het wilde.

Het was zo klaar als een klontje dat de opvolger van Sollied een zware taak wachtte. Het zwierige spektakelvoetbal van de Noor nog verbeteren of zelfs evenaren bleek een zware opdracht voor de nieuwe sportieve patron Henk Houwaart. De Hagenaar dreef koppig zijn eigen principes door. Reeds op woensdag 13 september 2000 - daags na de 0-6 thuisnederlaag tegen Ajax - werd hij bedankt voor bewezen diensten. Meteen werd Henk Houwaart de trainer met het kortste aantal werkdagen uit de hele clubgeschiedenis. Na een interim-periode onder hulptrainer Herman Vermeulen was het in november 2000 de beurt aan de Fransman Patrick Remy. Ook hij kon het elftal niet meteen op de rails krijgen. Een van zijn bekendste uitspraken (zelfs toen de ploeg nog vierkant draaide): "La mayonnaise commence à prendre." Toch zou hij het seizoen 2000-2001 afsluiten op een vierde plaats. De volgende competitie startte hij zelfs met een 21 op 21! Na nieuwjaar zakte de ploeg echter als een pudding in elkaar en mocht Patrick Remy op 28 februari 2002 zijn koffers pakken. Opnieuw nam Herman Vermeulen over.

Na de Fransman Remy, was het de beurt aan de Nederlander Jan Olde Riekerink die bij Ajax de verantwoordelijkheid had over het B-elftal. De Nederlander beloofde vooral in de thuiswedstrijden spektakel te brengen. Het was net die belofte die hij niet kon nakomen. De Buffalo's wonnen meer buitenshuis en leverden in het eigen Ottenstadion soms draken van wedstrijden af. Na de competitie eindigde Riekerink met zijn Buffalo's op een achtste plaats. Op maandag 3 november 2003 werd ook Jan Olde Riekerink - amper anderhalf jaar na Remy - als trainer ontslagen. Hierdoor begon Herman Vermeulen aan zijn vijfde interim-periode. Maar ook hij kon het tij niet doen keren en strandde zelfs op een ... 9de plaats!
Na zoveel door de supporters als 'overgangsjaren' bestempelde seizoenen, kon het Gentse bestuur niks anders dan op zoek gaan naar een trainer met persoonlijkheid die opnieuw 'orde en tucht' in het Buffalohuishouden kon brengen. Hiervoor kwam men terecht bij een 'oude rot' in het vak, nl. Georges Leekens. De Limburgse West-Vlaming - geheel volgens zijn gekende opvatting - speelde resultaatvoetbal door vanuit een gesloten verdediging de aanval op te bouwen. Dat leverde meteen goede uitslagen op, want hij eindigde achtereenvolgens 6de in 2005, 4de in 2006 en 2007. De resultaten waren er, maar het spektakel bleef soms achterwege. Hoe Leekens en A.A. Gent uit elkaar gingen, gaan we hier niet opnieuw uit de doeken doen. Gedane zaken nemen immers geen keer.

In juni 2007 werd de man met de 'goddelijke status' opnieuw ingehaald. Deze keer langs de grote poort. Voor de eerste training van Trond Sollied kwamen liefst 350 supporters opdagen. De Noor beschikte ditmaal over een trainersstaf die in België zijn gelijke niet had: zijn ex-collega's van bij Olympiakos Pireus, Cedomir Janevski en Chris Van Puyvelde, kwamen hem ook in Gent assisteren. Alle Gentse supporters trokken met hoog gespannen verwachtingen naar de competitie 2007-2008. Na een veelbelovende start (1-4 op Moeskroen, 5-0 tegen Genk en 0-2 op Brussels) laaide het Gentse enthousiasme hoog op. Maar toen was het sprookje plots uit. K.A.A. Gent eindigde zesde in de competitie. Dat was in principe te weinig. Veel werd goedgemaakt in de Beker van België. In de kwartfinales werd een mirakel gerealiseerd door een 5-1 verlies op Kortrijk in het eigen (Z)Ottenstadion recht te zetten met een 4-0 overwinning, waarbij Ljubijankic de winning-goal scoorde in de 93ste minuut. In de halve finales werd het ongenaakbare Standard opzijgezet (2-2 in Sclessin, 4-0 in Gent) en mochten onze blauw-witten - begeleid door 20.000 supporters! - op naar het Koning Boudewijnstadion. In de finale werd van Anderlecht verloren met 2-3 na een uitermate spannende en spektakelrijke wedstrijd.
Trond Sollied zou evenwel de club verlaten. Deze keer was dat geen donderslag bij heldere hemel (Sollied had immers voor het seizoen te kennen gegeven dat hij slechts één jaartje zou blijven), maar toch hadden vele Buffalosupporters gehoopt op een verlengd verblijf van de Noor. Wat wel insloeg als een bom, was de bekendmaking van zijn opvolger. Dat werd Michel Preud'homme, die zonet met Standard overtuigend Belgisch kampioen was geworden.
Michel verpulverde meteen het record van zijn voorganger: op zijn allereerste training kwamen niet minder dan 1.000 supporters af, of het driedubbele van Sollied een jaar eerder!

Heli Rombaut